Instellingenpaneel van het apparaat

U kunt elementen als OUTPUT MODE instellen met het instellingenpaneel van uw UA-M10-apparaat, dat in uw computer is geïnstalleerd.
Het instellingenpaneel van het apparaat zal beschikbaar zijn voor gebruik nadat u het specifieke stuurprogramma hebt geïnstalleerd.

Het instellingenpaneel van het apparaat opstarten

Raadpleeg het instellingenpaneel van het UA-M10-apparaat als volgt.

Windows
Open het “Configuratiescherm”, dubbelklik op het pictogram [UA-M10] en klik vervolgens op de apparaatinstelknop.
 
Mac OS X
Open de systeemvoorkeuren, klik op het pictogram [UA-M10] en klik vervolgens op de apparaatinstelknop.

Output Mode

2 channel (A:phones, B:phones)

Met de fabrieksinstellingen wordt hetzelfde geluid uitgevoerd met hetzelfde volume via zowel de “ (hoofdtelefoon) A”-aansluiting als de “ (hoofdtelefoon) B/LINE OUT”-aansluiting.

4 channel (A:phones, B:line out)

Kies deze instelling als u naar een hoofdtelefoon wilt luisteren, terwijl u een ander signaal via LINE OUT verzendt. Het volume kan echter alleen worden ingesteld voor de (hoofdtelefoon) A-aansluiting.

"OPMERKING"
Wanneer u DSD-gegevens afspeelt met de instelling 4 channel (A:phones, B:line out), zal de (hoofdtelefoon) B/LINE OUT-aansluiting geen geluid hebben.

2 channel (A:phones, B:line out) [versie 2]

Hetzelfde geluid wordt uitgevoerd via zowel de (hoofdtelefoon) A-aansluiting als de (hoofdtelefoon) B/LINE OUT-aansluiting. Het volume kan echter alleen worden ingesteld voor de (hoofdtelefoon) A-aansluiting.

2 channel (A:Right, B:Left, balanced) [versie 2]

Kies deze instelling bij gebruik van een koptelefoon met gebalanceerde verbinding. De (hoofdtelefoon) A-aansluiting voert het geluid van het rechterkanaal uit, terwijl de (hoofdtelefoon) B/LINE OUT-aansluiting het geluid van het linkerkanaal uitvoert.

"OPMERKING"
U moet een 3-polige mini-type-stekker (van het gebalanceerde type) gebruiken op de (hoofdtelefoon) A-aansluiting en de (hoofdtelefoon) B/LINE OUT-aansluiting. Als u op deze aansluitingen een 2-polige mini-type-stekker gebruikt, kan er mogelijk storing optreden.

D/A Conversion

Dit wijzigt de 1-bit-modusinstelling. Normaal laat u dit ingeschakeld.
"MEMO"
Schakel de 1-bit-modus in de volgende gevallen uit.
・ Wanneer de niveaumeter van de aansluitbestemming zelfs tijdens periodes van stilte beweegt.
・ Wanneer een precieze reproductie van de fase de prioriteit is.

Attenuate Level (line out) (*1)

Indien de Output Mode is ingesteld op “4 channel (A:phones, B:line out)” of “2 channel (A:phones, B:line out)” kunt u met deze instelling het signaal van de (hoofdtelefoon) B/LINE OUT-aansluiting dempen. Normaal wordt deze instelling op 0 dB gelaten (geen demping).
"OPMERKING"
Indien een apparaat, waarvan het volume niet kan worden ingesteld, is aangesloten op de (hoofdtelefoon) B/LINE OUT-aansluiting, kan het geluid verstoord zijn. Mogelijk kan een luid volume uw apparaat ook beschadigen. Wanneer een hoofdtelefoon is aangesloten, kan het hoge volume uw gehoor beschadigen. Als u een apparaat van dit type aansluit, gebruik dan Attenuate Level om het signaal te dempen.

DSD-audiogegevens afspelen

Dit apparaat kan DSD-gegevens met een samplefrequentie van 2,8 MHz of 5,6 MHz afspelen met behulp van de DoP-standaard.
  1. Schakel de 1-bit-modus in voor de UA-M10.
  2. Start een afspeelapplicatie die DSD ondersteunt, en stel die in op afspelen met behulp van de DoP-standaard.
*

Wanneer DSD-gegevens van 2,8 MHz of 5,6 MHz worden afgespeeld, geeft de SAMPLEFREQUENTIE in het paneel voor stuurprogramma-instellingen respectievelijk 176 400 Hz of 352 800 Hz aan.

* 5,6 MHz DSD-gegevens worden omlaag geconverteerd naar 2,8 MHz voor afspelen.

 

Copyright (C) 2014 Roland Corporation. All rights reserved.